Ga direct naar
Alles kan altijd beter. Zonder twijfel is dat waar. Dat uitgangspunt werkt als een onuitputtelijke bron van motivatie, innovatie en verbetering. De voortdurende zoektocht naar mogelijkheden kan waanzinnig inspirerend zijn en veel moois teweeg brengen. In menig organisatie geldt het als adagium. Het levert groei op. En groeilust.
Tegelijkertijd creeert het een feitelijke onmogelijkheid in de feitelijke werkelijkheid. Het sluit tevredenheid en rust uit. Nooit is er dan iets af. Voltooiïng blijft buiten beeld.
Daarmee ontstaat de vraag wanneer is het goed genoeg? Ik ben heel benieuwd wat dit in de context van organisaties zou kunnen zijn. Op welke manier bepaal je wanneer iets goed genoeg is. Is dat zo op het moment dat je je targets hebt gehaald? Kan het ook zo zijn dat je je targets haalt, maar dat het toch niet goed genoeg is?
Wat betekent jouw werk?
Goed, we werken om te leven en niet andersom. Maar werk maakt een belangrijk deel uit van ons leven. Door middel van werk relateren we ons bestaan aan een groter geheel. Dat geldt uiteraard in economische zin, maar betekent het nog meer? Wat betekent jouw werk?
De verhouding tussen jouw werkzaamheden en het grotere geheel waarbinnen deze plaatsvinden is dan ook van groot belang. Hoe ligt die verhouding? Wat is de inhoudelijke relatie tussen hetgeen je doet en het domein waarbinnen je dat uitvoert? Wat voor soort relatie is dat?
En, hangt deze relatie op de één of andere manier samen met de inhoud van je werk? Of staan deze twee volledig los van elkaar?
Hoe denk je? Hoe denk je niet?
In principe kan onze geest al het mogelijke denken. Toch zijn we geneigd om bepaalde dingen wel en andere dingen niet te denken. Deze voorkeuren of gewoonten hebben invloed op ons dagelijks leven door de woorden die we zeggen en de acties die wij nemen.
Voor velen van ons is denken een maalstroom. Een onophoudelijk proces dat plaatsvindt zonder dat we er grip op hebben en waar we soms zelfs fysiek last van kunnen hebben. Begrijpelijk verschuift dan de aandacht naar het lichaam en het voelen. Maar uiteindelijk is niet het lichaam, maar het denken de oorzaak van onze gevoel.
Het is daarom heel zinvol om niet aan denken voorbij te gaan, maar ook stil te staan bij jouw manier van denken. Stilstaan om zicht en vat op het denken te krijgen. Dat is de kern van het filosofisch consult.
In het consult word je, aan de hand van filosofische vragen, meegenomen in een denkgesprek met jezelf. Het is een manier om tot jezelf te komen. Tijdens het gesprek wordt de reflex van je bewustzijn zichtbaar, het individuele zijn, het subjectieve bestaan.
Bewustzijn als sleutel
Wat je ook denkt, hoe je ook denkt, er zijn altijd zogenaamde ‘denkproblemen’ aanwezig. Denkproblemen zijn geen echte problemen. Ze hoeven ook niet opgelost te worden. Denkproblemen bieden ons een blik op de manier waarop we in het leven staan. Zo wordt het zinvol deze te kennen, een voorwaarde om je met je spraak en denken te verzoenen. Niets meer en niets minder.
Verschil met psychologie
Het filosofisch werkterrein overlapt met de psychologische werkterrein, maar zowel het doel als de manier van werken tussen deze twee disciplines verschilt fundamenteel.
De psychologie wil weten ‘waardoor’ je iets denkt. Men tracht vragen zoals ‘Hoe komt het? ‘ of ‘Wat is er gebeurd, waardoor je dit denkt of voelt?’ te beantwoorden. In een psychologisch consult draait het voornamelijk om problemen op te lossen.
Filosofie wil weten ‘waarom’ je iets denkt. ‘Welke gedachte zit erachter?’ ‘Welke grondhouding brengt iemand op zo’n idee?’ In een filosofisch consult draait het dan ook om existentieel inzicht.
Praktisch
Een filosofisch consult is altijd individueel en bestaat uit drie vraaggesprekken van ieder 1 uur. Ter voorbereiding van de gesprekken moet de deelnemer voor aanvang van ieder gesprek een uitgangsvraag te formuleren.
De vraag gesprekken worden opgenomen en na ieder gesprek krijgt de deelnemer de DVD van het gesprek thuis gestuurd. Voor de aanvang van het volgende gesprek dient de deelnemer de DVD van het vorige gesprek bekeken te hebben.